Het pensioenstelsel van Nederland hoort volgens deskundigen uit binnen- en buitenland tot de top van de wereld. Maar de wereld verandert met de dag. Als er morgen een middel uitgevonden wordt dat dodelijke ziekten geneest, dan leven we langer. Maar ook zonder dat middel worden we op dit moment al veel ouder dan men dacht toen de huidige pensioenregeling ontwikkeld werd. Maar liefst tien jaar! Dat betekent een langere tijd om van alle voordelen van je pensioen te genieten, maar een kortere tijd om daarvoor te sparen, want we beginnen tegenwoordig later dan vroeger met werken. Daar gaapt een diep gat. De vraag is hoe toekomstgericht een regeling kan zijn, maar het is in elk geval hoog tijd voor aanpassingen en dus is de vraag of we langer door moeten werken niet zo’n gekke. Helemaal nu ook de zwakke punten van ons pensioenstelsel gebleken zijn door de beursval begin deze eeuw en korter geleden in 2008/2009 de lage rentestanden. Daarom hebben de partners in hun akkoord een voorstel gedaan voor een stelsel dat beter bestand is tegen veranderingen in levensverwachting en ontwikkelingen op financiële markten. Bovendien vinden zij dat de AOW-leeftijd en de pensioenleeftijd op elkaar afgestemd moeten zijn, dat de AOW robuuster moet worden en met de loonontwikkeling moet meegroeien. Het doel van het akkoord is dat pensioencontracten voor deelnemers geheel transparant worden, zodat er bij hen geen kloof kan ontstaan tussen pensioenambitie en -verwachting en de werkelijke pensioenuitkering.
Hoe kan het dat deelnemers tot voor kort dachten dat hun pensioen waardevast was, wat voor ingewijden toch duidelijk een misvatting was? Dit komt omdat er door diezelfde ingewijden lange tijd nauwelijks over gecommuniceerd is. En als dat wel gebeurde, was dat toch meestal in geruststellende termen, waarbij de sector zelf de 70% mythe in stand hield. Dat is nu wel anders en gelukkig wordt er veel meer en transparanter gecommuniceerd, ook omdat de toezichtregels daarop aansturen. Dit betekent dat de uitspraak ‘het risico komt bij de deelnemer te liggen’ ook veel meer betekenis moet krijgen. Want de implementatie van de voorstellen in het pensioenakkoord zullen er in de praktijk toe leiden dat de deelnemer zelf veel meer verantwoordelijkheid gaat dragen voor een doeltreffende inkomensvoorziening bij pensionering. Maar weet de deelnemer eigenlijk wel wat hij van de pensioentoezegging mag verwachten en van welke factoren de invulling van de pensioenambitie afhankelijk is? Ook moet hij weten op welk moment deze factoren invloed op zijn of haar pensioenambitie hebben. Alleen dan kan hij of zij verantwoordelijkheid nemen en zorgen voor aanvullende voorzieningen of aanpassing van de eigen pensioenambitie. Zo leidt het pensioencontract waarschijnlijk tot een onderscheid tussen harde en zachte rechten, of onvoorwaardelijke en voorwaardelijke rechten, maar wat betekent dit concreet? Is een zacht reëel contract per definitie beter dan een hard nominaal contract? Een deelnemer heeft duidelijke informatie nodig, dan kan hij echt zelf de juiste keuzes maken.
De juiste communicatie kan ervoor zorgen dat de dienstverlening van het pensioenfonds overeenkomt met de verwachtingen van actieve en gepensioneerde deelnemers en met het pensioenresultaat. Van deelnemers wordt gevraagd dat zij de pensioenregeling op hoofdlijnen doorgronden en op dit moment keuzes maken die van grote invloed zijn op de financiële situatie na pensioneren. Hoe kunnen we zorgen dat deelnemers weten op welke momenten zij moeten nadenken over hun pensioensituatie? En dat zij de mogelijkheden binnen de pensioenregeling zodanig benutten, dat zij de juiste keuzes maken voor later? Helemaal als al is gebleken dat de meeste deelnemers liever voor zekerheid kiezen, zelfs als dat een lager pensioen betekent. Dit kan niet zonder een doeltreffende invulling van het verwachtingsmanagement. De noodzaak van duidelijke communicatie wordt in pensioenland zeker onderkend, maar de wijze waarop is vaak nog een groot vraagteken. Want hoe communiceer je bijvoorbeeld onzekerheid? Het is dan ook niet verwonderlijk dat externe adviseurs aangetrokken worden om die invulling zo aansprekend mogelijk te maken en zoveel mogelijk aan te sluiten bij de beleveniswereld van de pensioenconsument, waarbij interactie een must is. Dit is bijvoorbeeld te realiseren met behulp van Social Media en interactieve websites.